Het was dé hype van dit jaar: Pokémon Go. Deze zomer trokken honderden trainers de straten op en de duinen in om de wezentjes te vangen. Dat zorgde voor bijzondere taferelen van hordes mensen die van hot naar her rennen om de meer zeldzame Pokémon te pakken te krijgen.

Mensen gaan de straat op, praten met elkaar en bewegen meer dankzij Pokémon Go, werd er al snel geroepen. Dat laatste, meer bewegen, is nu ook wetenschappelijk onderzocht door onderzoekers van Harvard. Zij keken naar het aantal stappen dat een groep van 18 tot 35-jarigen zetten na de release van het spel zetten. Op de iPhone wordt dat automatisch bijgehouden, vandaar dat de onderzoekers op zoek gingen naar mensen met een iPhone.

In totaal deden 1182 personen mee aan het onderzoek, waarvan er 560 ‘actieve spelers’ waren. Die hadden in het spel level 5 of hoger bereikt. De andere helft speelde het spel niet. De onderzoekers keken naar het aantal stappen dat de hele groep voor en na Pokémon Go heeft gezet.

Daar zagen ze dat de hele groep vóór Pokémon Go ongeveer evenveel stappen zette: ongeveer 4200. Maar toen het spel uit was gekomen, zette de groep van mensen die de game speelden veel meer stappen. Het aantal stappen van de mensen die niet speelde bleef ongeveer gelijk. In de eerste week zette de Pokémon-trainers dagelijks zelfs bijna duizend meer stappen dan normaal. Het effect werd de weken daarna wel zwakker. Na zes weken was de pret voorbij: toen zette de spelers weer evenveel stappen als de niet-spelers.

Beeld: Shutterstock