Het lijkt een ware hype: speelgoed waarmee je kinderen kennis kunt laten maken met programmeren. Daarbij gaat het niet zozeer om het leren van code, maar vooral om kinderen spelenderwijs de manier van denken die bij software-ontwikkeling komt kijken te leren. Hoe je instructies vooraf op een rij kunt zetten en dan kunt uitvoeren, hoe een if-then-opdracht werkt, dat soort dingen.

Er is inmiddels programmeerspeelgoed voor allerlei leeftijden. Het begint al bij de allerkleinsten met de Think & Learn Code-a-Pillar van Fisher Price: een rups waarvan elk onderdeel van zijn lichaam een opdracht is voor hoe hij zich voortbeweegt. Voor iets oudere kinderen is er nu Osmo Coding: programmeerblokjes waarmee je een game aanstuurt.

Het spelletje spelen kinderen op een tablet en heeft een simpel doel. Awbie, de hoofdpersonen loopt door een bos op zoek naar aardbeien om op te eten. Maar in plaats van Awbie direct te besturen moeten kinderen de opdrachten in een reeks invoeren met behulp van bouwblokjes. De manier waarop je opdrachten op die manier op een oneindig aantal manier kunt combineren, is afgeleid van LEGO-steentjes.

De blokjes worden na het bouwen van een opdracht ingescand met behulp van de camera van de iPad. Hier hang je een spiegeltje overheen zodat de camera goed kan zien wat er op de tafel voor hem gebeurt. De bouwsteentjes bevatten simpele opdrachten om Awbie te laten bewegen, maar ook extra opties om opdrachten te herhalen of een if-then-optie toe te voegen. Op die manier is het uitdagend genoeg om ermee te blijven spelen.